Energie als hobby

Op 10 december 2015 liep ik tijdens het EnergyNext Event in Dordrecht (dit congres is overigens een aanrader) Professor Future Energy Systems (TU Delft) Ad van Wijk tegen het lijf. Ad verzorgde tijdens dat congres een ronde tafel sessie met als onderwerp  “Toekomstige energiesystemen”. En als Ad het verteld, moet het waar zijn: Hij kan zo vol overtuiging vertellen dat je meteen alles geloofd van deze inspirerende spreker!

In mijn geval dan op één ding na: Ad beweerde dat over 10 jaar (eind 2025 dus) in heel Europa meer personenauto’s op waterstof rondrijden dan volledig elektrische personenauto’s. Hier geloof ik niets van en heb er dan ook maar gelijk een flinke weddenschap met hem op afgesloten: 1 krat bier.

Laat ik nu eens positief beginnen en alle voordelen van het rijden op waterstof met een Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV) opnoemen:

  • Bij de verbranding van waterstof (in een brandstofcel) komt uitsluitend water vrij. Er is dus (lokaal) geen sprake van uitstoot van schadelijke stoffen.
  • Een tweede (en tevens laatste) voordeel is dat een waterstofauto stil is. Een brandstofcel kent geen bewegende delen. Het enige bewegende deel is de elektromotor en die is zeer geluidsarm (maar dat geldt ook voor de volledig elektrische auto).

Nu de redenen waarom ik denk dat er maar een beperkte toekomst is weggelegd voor de waterstof personenauto:

  • Een waterstof tankstation kost 2,5 miljoen Euro.waterstof tanken
  • We beschikken in Nederland over de beste waterstof infrastructuur in Europa (je zou het als een voordeel kunnen zien). Desondanks kan je anno 2016 maar bij 3 tankstations in Nederland terecht met je FCEV: Rhoon (Rotterdam), Amsterdam en Helmond.
  • Het aanbod van FCEV’s is heel laag. In Nederland kan je uitsluitend de ix35 van Hyundai kopen. Voor de FCEV van Toyota, de Mirai, moet je naar Japan of de VS of nog minstens een jaar geduld hebben.
  • De aanschafprijs van circa € 70.000,- (€ 55.000,- ex. BTW) is, ondanks flinke subsidies, fors te noemen. En dan te bedenken dat de productiekosten van zo’n waterstofauto nog altijd circa € 140.000,- zijn.
  • Er is een enorm grote hoge druk cilindervormige brandstoftank nodig: Soortelijke massa (ρ) van waterstof is 0,09 kg/m³, 14x lichter dan lucht. In 1 kg waterstof zit 33,3 kWh ofwel 120 MJ aan energie. Dit is natuurlijk veel, maar waterstof is helaas ook erg volumineus (heeft een erg lage dichtheid). 5,6 kg aan waterstof (een volle tank waar dan maximaal 600 km mee kan worden gereden) is dus gelijk aan 62 m³ onder atmosferische druk.  Om die 62 m³ in een 90 liter tank te krijgen, moet het gas tot 700 Bar druk worden gecomprimeerd!
  • De brandstofkosten zijn minimaal 12 €ct/km: Waterstof kost € 12,50 per kg aan de pomp, een volle tank (5,6 kg) dus € 70, waar – als je zuinig rijdt – net 600 km mee gereden kan worden. Een vergelijk met een volledig elektrische auto ook wel Full Electric Vehicle (FEV): 2,6 €ct/km.
  • Bij de productie van waterstof komt CO2 vrij! Bijna alle waterstof wordt gemaakt door het kraken (reforming) van aardgas. Op hoge temperaturen (tot 1.100°C) wordt een reactie van stoom (H2O) en aardgas (CH4) veroorzaakt: CH4 + H2O → CO + 3 H2 – 191.7 kJ/mol. Hierna wordt via water-gassplitsing de koolmonoxide met stoom omgevormd in kooldioxide en waterstof: CO + H2O → CO2 + H2 + 40.4 kJ/mol. Een proces waar dus ook nog eens 20% energie ingestopt moet worden. Elektrolyse van water is vele malen duurder en zal om economische redenen de komende decennia dus niet op grote schaal worden toegepast voor de productie van waterstof.
  • Levensduur brandstofcel laat (nog) te wensen over. Na zo’n 3.000 bedrijfsuren is het ding kapot. De brandstofcel zal dus niet langer functioneren boven de 150.000 km.
  • Laag energetisch rendement: 41% (van net naar wiel). Ter vergelijking: elektrische auto meer dan het dubbele: 86%.FEV vs FCV (efficienty)

En voor de optimisten onder ons die denken dat we straks bij een overschot aan wind- of zonnestroom heel goedkoop via elektrolyse waterstof kunnen produceren: Fuel Cell

Helaas, die gaat niet op. Het produceren van waterstof door elektrolyse kan alleen als continue ofwel basislast proces. Waterstof productie aan en uit zetten wanneer er respectievelijk goedkope of dure elektriciteit beschikbaar is, is dus helaas geen optie.

 

Oja, bijna vergeten: Ad, mijn favoriete merk is Hertog Jan.

SER Energieakkoord
Het energieakkoord dat vandaag (wo 28 aug 2013) door de Sociaal Economische Raad (SER) naar buiten is gebracht, heeft redelijk wat positieve reacties opgeleverd. Een korte samenvatting van de 10 pijlers uit dit akkoord:

  1. Een besparing van het finale energieverbruik met 1,5% per jaar in de combinatie van bebouwde omgeving, de industrie, de agrarische sector en het overige bedrijfsleven;
  2. Opschalen van hernieuwbare energieopwekking. In combinatie met energiebesparing moet in 2020 14 procent van alle energie op een duurzame manier worden opgewekt, oplopend naar 16 procent in 2023;
  3. Decentrale opwekking van hernieuwbare energie door burgers met steun, waar nodig, van gemeenten, provincies en rijksoverheid;
  4. Het Energietransportnetwerk moet klaar zijn voor een duurzame toekomst;SER Energieakkoord
  5. Een goed functionerend Europees systeem voor emissiehandel;
  6. Afbouw capaciteit oude kolencentrales. Per 1 januari 2016 zullen drie centrales uit de jaren ’80 gesloten zijn, de resterende twee volgen per 1 juli 2017;
  7. Een verlaging van de CO₂-uitstoot in mobiliteit en transport van 17 procent ten opzichte van 1990 in 2030, oplopend naar een reductie van 60 procent in 2050;
  8. Het verzilveren van werkgelegenheidskansen. Ingezet wordt op ten minste 15.000 extra arbeidsplaatsen in de periode 2014 tot en met 2020 in de bouw en de installatiesector en op termijn in de duurzame energiebranche;
  9. Energie-innovatie en -export. Het streven is dat Nederland in 2030 in de top 10 staat in de mondiale CleanTech Ranking;
  10. Een omvangrijk financieringsprogramma voor de enorme investeringen die nodig zijn voor de transitie die is vastgelegd in het akkoord.

Op zich een redelijk akkoord, zeker gezien het huidige politieke speelveld en de alsmaar aanhoudende economische recessie. Ik denk echter dat het beter en/of concreter had gekund. Meer resoluut, meer toekomstproof, duurzamer en beter voor het economisch herstel van Nederland. Hieronder enkele suggesties van mijn kant.

Stoppen met productiesubsidie
Mijn basisgedachte is dat de meest kostenefficiënte duurzame productie gerealiseerd wordt in een liberale markt zonder subsidie. Dat betekent dus ook geen MEP, SDE, SDE+, en ook geen invoedingstarief zoals ze in Duitsland kennen. Subsidie moet uitsluitend bedoeld zijn voor innovatie; het plaatsen van de miljoenste windmolen valt daar niet onder, maar is natuurlijk wel wenselijk dat die er komt. De oplossing hiervoor is de introductie van de leveranciersverplichting. Iedere leverancier dient verplicht een deel van zijn levering aan eindverbruikers groen te leveren, afkomstig van binnenlandse productie. Zoals in België is geïntroduceerd, maar met dat verschil dat er per soort productie een verplicht percentage is. Dus bijvoorbeeld in 2016 verplichte levering van 5,5% wind op land stroom, 4,1% wind op zee stroom, 5,4% biomassastroom, 0,65% zonnestroom etc. Ieder jaar kan de regering zelf bepalen welke productiesoort met welk percentage wordt opgehoogd (vanwege een noodzakelijke betrouwbare overheid is verlaging geen optie). Hiervoor moet dan wel een separaat certificatensysteem voor worden opgezet in Nederland. Heeft een leverancier zelf geen of niet voldoende groene binnenlandse productie, kan hij de certificaten kopen van een producent (die een overschot heeft). Blijkt dat de leverancier niet voldoende certificaten kan overhandigen (elektronisch cancelen/redeemen), dan moet deze de staatskas spekken met een boete die circa 2x de waarde die het betreffende missende certificaat heeft. Op deze wijze kan de regering zelf het tempo naar een volledig duurzame productie in 2050 bepalen, de productiemix in de gaten houden en ook de economische consequenties mee laten wegen bij het “draaien aan de verplichtingsknoppen”.

CO₂ emissie uitruilen
Het Europese emissiehandel systeem (EU ETS) moet volledig op de schop en los komen te staan van de productie van energie. Een emissieruilsysteem moet hiervoor in de plaats komen, welke uitsluitend van toepassing wordt op het energieverbruik van grote industrieën. Eigen (duurzame) energieproductie moet geheel worden uitgesloten van dit nieuwe emissierechten uitruilsysteem. Industrieën kunnen dan alleen nog maar energie besparen (bij teruglopende emissieplafonds) of (indien de buurman er gemakkelijker/goedkoper in slaagt energie te besparen) emissie uitruilen. Zo’n systeem zit de groei van duurzame energieproductie nooit meer dwars.

Heffingskorting wordt vrije voet
Iedere verbruiker van elektriciteit heeft recht op een heffingskorting. indien het object een verblijfsfunctie heeft (bijvoorbeeld een woonhuis, kantoor of fabriek) dan geeft de Belastingdienst (via de leverancier) jaarlijks € 318,62 ex BTW (€ 385,53 incl BTW) terug, ongeacht het verbruik. Deze heffingskorting moet vervangen worden door een energiebelasting vrije voet. En dan niet alleen een vrije voet op elektriciteit, maar ook op gas (heffingskorting is nu uitsluitend op elektra).

Energiebelasting salderen afbouwen
De slimme- of digitale vierkwadrantenmeter moet bij iedere kleinverbruiker verplicht worden (zie mijn eerdere blog: Slimme meter = domme kracht). Hierdoor wordt het ook mogelijk om een afbouwregeling te treffen op salderen van energiebelasting. Ik stel voor om deze in een jaar of 10 volledig af te schaffen. Dus over 10 jaar betaalt iedereen over iedere kWh die hij uit het net afneemt energiebelasting (net als nu al voor grootverbruik geldt). Een nette afbouwregeling is wel noodzakelijk vanwege recent gepleegde investeringen door kleinverbruikers, die er toch van uitgaan een redelijk financieel rendement te behalen op hun investering.

Gevolg: Slimme netten komen er vanzelf
Op deze manier gaan kleinverbruikers met zonproductie automatisch maatregelen nemen om vraag en aanbod (meer) op elkaar afgestemd te krijgen. Dit kan gestuurde vraag zijn (bijvoorbeeld door een elektrische auto) of opslag (accu’s). Tevens moet het mogelijk worden om administratief aansluitingen te “poolen”. Door het opzetten van zo’n administratieve pool, kan er per kwartier energie onderling worden uitgeruild zodat het afstemmen van vraag en aanbod ook binnen een cluster van kleinverbruikers kan plaatsvinden.

Over deze uitgeruilde stroom hoeft ook geen energiebelasting te worden betaald. Dit stimuleert de vorming van slimme netten, die niet wijkgebonden hoeven te zijn. Hiervoor moeten de netbeheerders wel gaan alloceren op basis van werkelijke elektriciteitsbehoefte per kwartier. Momenteel wordt de te verrekenen hoeveelheid elektriciteit per kwartier voor kleinverbruikers namelijk nog synthetisch bepaald.

Uitdagingen
Natuurlijk zitten er in de uitwerking nog allerlei haken en ogen aan (denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van windfall profits van bestaande MEP en SDE projecten), maar dat zie ik als uitdagingen die oplosbaar zijn.

De jaarlijkse particuliere rekening voor elektriciteit en gas was altijd al complex, maar wordt er niet beter op. En onze wetgever eist ook deze complexiteit van de energieleveranciers en netbeheerders. Een korte analyse.
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen het leveringsdeel (de kilowatturen en kuubs gas die door de leverancier in rekening worden gebracht) en het transportdeel (voor het – door de regionale netbeheerder – ter beschikking stellen en houden van de aansluitingen en meters die transport van elektriciteit en gas mogelijk maken).

Het leveringsdeel bij elektriciteit bestaat uit:

  • Vastrecht: Het commerciële tarief van de leverancier welke hij als vast bedrag wil ontvangen: varieert in de praktijk tussen de € 0,- en € 75,- per jaar.
  • Hoogtarief (HT): het verbruik op werkdagen tussen 7u en 23u (of 21u in Brabant en Limburg), vermenigvuldigd met het commerciële HT van de leverancier: varieert in de praktijk tussen de € 0,05 en € 0,10 per kWh.
  • Laagtarief (LT): het verbruik op werkdagen tussen 23u (of 21u in Brabant en Limburg) en 7u en tijdens feest- en weekenddagen, vermenigvuldigd met het commerciële LT van de leverancier: varieert in de praktijk tussen de € 0,03 en € 0,07 per kWh.
  • Energiebelasting: Het tarief dat de leverancier uit naam van de overheid in rekening moet brengen en afdragen aan de belastingdienst, vermenigvuldigd met de totaal afgenomen kilowatturen: voor kalenderjaar 2012 geldt € 0,114 per kWh (tot een jaarverbruik van 10.000 kWh. Daarna wordt het tarief gestaffeld lager).
  • Heffingskorting: Het bedrag dat de leverancier namens de overheid in mindering moet brengen en mag aftrekken van de afdracht van energiebelasting aan de belastingdienst: voor 2012 geldt € 318,62 per kalenderjaar (bij een pand met verblijfsfunctie). Het dient ter compensatie voor de hoge energiebelasting per kWh.
  • BTW: over de totale uitkomst van de bovengenoemde componenten wordt 19% omzetbelasting geheven. Dus ook over de energiebelasting en heffingskorting.

Het transportdeel bestaat uit:

  • Vastrecht: Het tarief dat de regionale netbeheerder rekent voor haar administratieve kosten: gemiddeld € 18,- per jaar.
  • Periodieke aansluitvergoeding: Het tarief dat de regionale netbeheerder rekent voor de instandhouding van de aansluiting. Na 25 tot 35 jaar zal immers de aansluiting vervangen moeten worden: gemiddeld tarief is € 22,50 per jaar, afhankelijk van de regionale netbeheerder.
  • Meetdienst: De vergoeding voor het in stand houden van de (slimme) meter en het uitlezen ervan. Ook de kosten van de meteropnemer worden hiervan betaald. Gemiddelde tarief is € 26,40 per jaar.
  • Systeemdiensten: Een vergoeding welke wordt geheven uit naam van en afgedragen aan de landelijke netbeheerder TenneT. Gemiddeld tarief is € 4,16 per jaar.
  • Capaciteitstarief: Een vergoeding die wordt betaald voor het ter beschikking houden van het maximaal benodigde vermogen in het hele net van de netbeheerder. Voor een huisaansluiting van 1×35 Ampère of 3×25 Ampère, bedraagt deze vergoeding gemiddeld € 135,- per jaar.
  • BTW: over de totale uitkomst van de bovengenoemde componenten wordt 19% omzetbelasting geheven.

Deze bovengenoemde opsomming is nog slechts voor elektriciteit. Het factuurdeel voor gas is al niet veel simpeler en kent bij veel leveranciers nog zoiets vaags als “Regiotoeslag”. Leveranciers worden door Gasunie geconfronteerd met verschillende exitkosten, afhankelijk van de plek in Nederland waar ze dat gas uit het hoofdtransportnet halen. Grosso modo kan men stellen: Hoe verder van Groningen hoe duurder deze exitkosten. Veel leveranciers “vertalen” deze regio-afhankelijke kosten in een tarief per kuub (regiotoeslag). Door deze regiotoeslag hoog in te zetten (tot 5 cent per kuub) kan het gepresenteerde leveringstarief zeer laag worden aangeboden. Op die manier lijkt de leverancier gunstige tarieven te hanteren omdat de term “regiotoeslag” als iets onvermijdelijke wordt ervaren. Steeds meer (nette) leveranciers verdisconteren deze kosten echter netjes in de commercieel leveringsprijs en presenteren de consument een totaalprijs per regio.

Slechts 6% van de, door de Consumentenbond geselecteerde, proefpersonen, slaagden erin om hun eigen energiekosten juist te berekenen. De conclusie was dan ook heel terecht: “Zelf de energiekosten berekenen – Een onmogelijke opgave”.

Door wetgever, toezichthouder (NMa/Energiekamer) en gezamelijke netbeheerders, worden zaken onnodig ingewikkeld gemaakt.

Het zou zoveel simpeler kunnen

Door een aantal simpele ingrepen in de weergave, kunnen zaken op de energiefactuur veel simpeler worden weergegeven. Als eerste alle tarieven vermelden inclusief BTW. Ten tweede, de vaste tarieven van de netbeheerder (sinds 2009 kent de netbeheerder immers geen enkel kilowattuur afhankelijk tarief meer) integraal presenteren. Ten derde de kilowattuur afhankelijke componenten uitsluitend opgeteld presenteren.
Uitgaande van een gemiddeld jaarverbruik van een huishouden van 1.700 kWh hoogtarief en 1.800 kWh laagtarief, zou een jaarafrekening er zo simpel uit kunnen zien:

  • Hoogtarief 1.700 kWh a € 0,23086 = € 392,46
  • Laagtarief 1.800 kWh à € 0,19516 =  € 315,29
  • Net-, meet- en transportkosten           € 245,21
  • Heffingskorting                               -/- € 379,16
  • Totaal                                                  € 573,80

Zo simpel zou dus een jaarrekening elektriciteit eruit kunnen zien. En alle eerder genoemde componenten zitten er in verwerkt!

Helaas is de realiteit anders. De overheid wil een zeer specifieke, dus voor de meeste mensen onduidelijke, energiefactuur. En de (inmiddels demissionaire) minister van EL&I, Maxime Verhagen gaat het nog erger maken: hij is voornemens om een aparte SDE-opslag in de energienota te laten opnemen. Deze toeslag, welke ter dekking voor de kosten van de Subsidie voor Duurzame Energie (SDE) is, zou ook in rekening gebracht kunnen worden door een kleine verhoging van de Energiebelasting, wat in ieder geval niet voor nog meer complexiteit zou zorgen.

Een elektrisch voertuig (EV) is circa 4x efficiënter in het energieverbruik dan zijn verbrandingmotor-rivaal. Zelfs als de benodigde elektriciteit van een gascentrale (STEG) komt (gemiddeld rendement van 50%), presteren EV’s nog altijd 2x efficiënter dan een benzine of dieselvariant. Natuurlijk zal de actieradius verder omhoog moeten en de kostprijs naar beneden, maar hij is er om uiteindelijk de exemplaren met een diesel- of ottomotor te gaan verdringen.

De ontwikkeling van de capaciteit van batterijen is zwaar ingezet door de komst van mobiele computers op zakformaat. Sommige mensen noemen zo’n ding nog “smartphone”, wat vreemd is omdat bellen ermee nu al een ondergeschikte feature is. Die zakformaat computers hebben inmiddels meer dan 100x meer rekenkracht, snelheid en geheugencapaciteit als de beste PC 15 jaar geleden.

Al dat digitale geweld verbruikt steeds meer stroom, waardoor de ontwikkeling van de batterij mee moest. De huidige generatie Lithium-Ion batterijen, hebben een capaciteit van maximaal 0,17 kWh per kg (Nissan Leaf: 0,08 kWh/kg). Binnen 3 tot 5 jaar zal dit zijn opgelopen tot meer dan 0,25 kWh/kg en zal ook de kostprijs naar verwachting zijn gehalveerd.

Het verbruik van een elektrische auto is, afhankelijk van uitvoering en rijstijl, 5 tot 7 km per kWh. Om dus een voor iedereen bruikbare actieradius te hebben van zeg 500 km, moet er meer dan 75 kWh kunnen worden meegenomen in de autobatterij. Met de huidige generatie niet alleen te duur, maar ook te zwaar met z’n 800 kg voor een gemiddelde gezinsauto. Maar binnenkort dus de helft in gewicht, goedkoper en dus wel reëel toepasbaar voor het grote publiek.

Al die EV’s moeten natuurlijk worden opgeladen. Veel doemdenkers zeggen dan: “onmogelijk, de transportnetten zijn daarvoor niet geschikt” en “er is niet genoeg elektriciteitsproductie om die piek te leveren die nodig zal zijn rond 6 uur als iedereen van zijn werk thuiskomt en die auto aan het stopcontact hangt”.

Bijna allemaal onzin! De komst van de elektrische auto is een zegen voor de opkomst van duurzame energieproductie en zal ook voor een ontlasting gaan zorgen van onze transportnetten. Gelijk met de groei van EV’s zullen ook slimme netten en dus slim laden zijn intrede vinden in Nederland. Een auto die aan het net wordt gekoppeld zal door intelligente systemen zo veel mogelijk worden opgeladen op (zeer) goedkope momenten op de elektriciteitsmarkt. Dat soort goedkope momenten treden op als er veel aanbod is van slecht regelbare elektriciteitsproductie. Over het algemeen zijn alle duurzame energie productie-installaties slecht regelbaar: Bij een groot windaanbod en/of een wolkeloos zonnig moment is er veel elektriciteitsaanbod. Momenteel wordt die extra productie voornamelijk opgevangen door gascentrales die dan afregelen. In de toekomst zal dat opgevangen gaan worden door dat EV’s (extra veel) laadstroom gaan vragen. Het gevolg zal zijn dat vraag en aanbod veel beter op elkaar zal zijn afgestemd, wat uiteindelijk snelle regeleenheden zoals gascentrales overbodig zal maken. 

Windmolens, BANANA?

Windmolens zijn lelijk, elegant in lijnopstelling, horizonvervuiling, toekomstig industrieel erfgoed, gehaktmolens voor vogels en noodzakelijk kwaad, zijn zo maar een paar meningen die ik wel eens gehoord heb in een discussie over deze duurzame energie productiemachines.Vaak zijn dit echter meningen van mensen die niet precies weten welke enorme potentie zo’n windturbine heeft.

Zomaar een paar weetjes over windenergie:

  • Wind op land is een van de goedkoopste vormen van groene stroom productie
  • In Nederland zijn windmolens verantwoordelijk voor circa 42.000 vogelslachtoffers per jaar. Echter komen er twee miljoen vogels om door het verkeer, schieten jagers circa anderhalf miljoen vogels uit de lucht en een miljoen vogels vliegen zich te pletter tegen hoogspanningskabels. Windturbines zorgen dus voor slechts 0,9% van alle vogelslachtoffers en dat is zelfs minder dan katten er te pakken krijgen.
  • Een moderne, op land opgestelde, windmolen (2,3MW) produceert genoeg elektriciteit voor 1.400 woningen.
  • Bij de productie en realisatie van een windmolen wordt energie verbruikt en komt er dus CO₂ vrij. Deze CO₂ is echter al in 3 tot 5 maanden groene stroom productie weer goed gemaakt. De rest van zijn levensduur (circa 25 jaar) heeft hij een volledig CO₂ vrije stroomproductie.
  • Als alle elektriciteit die huishoudens verbruiken zou worden opgewekt met windmolens zonder subsidie, zou de maandelijkse energierekening slechts €8,- per maand duurder uitvallen per huishouden.
  • Een kilowattuur geproduceerd door een windmolen op land, kost minder dan de helft van die van een zonnepaneel.
  • Er zijn slechts circa 1.000 windmolens nodig om de productie van elektriciteit van een kolencentrale te vervangen.
  • De elektriciteit van 33.000 m² aan zonnepanelen is ongeveer gelijk aan die van 1 windmolen (2,3MW)

Windmolens zijn voor een snelle verduurzaming van onze energievoorziening noodzakelijk. En toch zijn nog steeds mensen die ze niet willen zien omdat ze lelijk zijn. ‘Lelijk’ is net als ‘mooi’ maar een mening, die mijns inziens toch (bijna) nooit mag prevaleren boven ‘noodzaak’. En dan is er ook een enorme – steeds verder groeiende – groep mensen die zeggen: “Prima, ik ben voorstander, als ik ze maar vanuit mijn huis/tuin niet kan zien”, het zogenaamde ‘NIMBY-syndroom’. Deze groep mensen is vaak nog wel te overtuigen als ze mee kunnen profiteren van de komst van zo’n molen in hun ‘backyard’, door ze gunstige participatiemogelijkheden of een goedkopere kWh-prijs bij een goede windstroomproductie te bieden.

Het besef dat ons natuurschoon zonder de noodzakelijke verduurzaming steeds schaarser gaat worden, wordt gelukkig steeds groter. Toch zijn er nog mensen met de ‘BANANA’ mening. Gelukkig wordt deze groep die roept: “Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anything”, steeds kleiner.

Een wonderlijk verschijnsel kernenergie. Bij het splijten van zware atoomkernen – in de praktijk die van uranium- en plutonium-isotopen – komt vreselijk veel energie vrij in de vorm van warmte.
De nieuwe atoomkernen die dan ontstaan zijn samen een paar procent lichter dan de oorspronkelijk atoomkern. De ontbrekende massa is opgegaan in energie, volgens Einstein’s beroemde formule: E=m.c²
(E=energie, m=massa, c²=lichtsnelheid in het kwadraat). En omdat c² zo groot is, komt er heel veel energie vrij.

In een kerncentrale vindt deze atoomkernsplitsing plaats als kettingreactie in een gecontroleerde omgeving. De warmte die daarbij vrij komt wordt gebruikt om water te verhitten tot hogedruk stoom, welke volgens een heel gewone stoomturbine aandrijft, welke op zijn beurt een grote dynamo laat draaien waar elektriciteit uit komt.

De eerste kernreactor is alweer 70 jaar geleden in gebruik genomen (Chicago, 1942) en de eerste de stoomturbine is nog eens bijna 60 jaar ouder (Zweden, 1883). Een betrouwbare, goed doorontwikkelde techniek dus?

Betrouwbaar is kernenergie zeker: Storingen aan nucleaire centrales, waardoor de productie stil valt, gebeuren zelden. Een ander belangrijk voordeel is de CO₂-vrije elektriciteitproductie van dit soort centrales. Zeker ten opzichte van kolencentrales is de directe milieuwinst dan ook groot. Zelfs als we de CO₂-uitstoot meerekenen, welke bij de winning van uranium, het transport en het opwerken van plutonium vrij komt, dan is de uitstoot per geproduceerde kWh minstens 800 gram lager (kolen: 815-990 gr/kWh, nucleair: 5-22 gr/kWh).

Naast deze grote voordelen, kleven er helaas ook een paar – niet onbelangrijke – nadelen aan.

  • Kernenergie is niet duurzaam: Uranium is net als kolen een delfstof en dus eindig.
  • Het afval is zeer radioactief en dus extreem gevaarlijk. Goed verpakt en continue bewaakt vormt het weliswaar geen direct gevaar, maar met die bewaking zadelen we nog minstens 50 generaties op.
  • Een kerncentrale verdringt duurzame energieproductie.

Deze laatste reden verdient nadere uitleg: Omdat een moderne derde generatie kerncentrale bijna 6x zo duur aan bouwkosten (ca € 3.000/kW) is dan een moderne STEG gascentrale (ca € 550/kW), kent een kerncentrale zeer hoge kapitaalslasten. Deze hoge kapitaalslasten zorgen ervoor dat ze bedreven worden als basislast-centrale: continue op maximale last om zo veel mogelijk kilowatturen te produceren. Om te allen tijde de steeds variërende vraag naar energie op te kunnen vangen, moet er altijd een bepaald percentage variabele productiecapaciteit aanwezig zijn. Dit zijn meestal gascentrales en WKK’s, maar het kan ook (import) waterkracht of batterijopslag (denk aan de opkomst van de elektrische auto) zijn. De benodigde regelbare productie komt echter niet van de huidige generatie duurzame energieproductiemiddelen. Windturbines draaien immers als het waait en zonnepanelen produceren het meest op een wolkeloos zonnig moment, niet per sé als er veel door verbruikers wordt afgenomen. Daarentegen zijn bio-energiecentrales en bio-WKK’s installaties die om technische en biologische redenen beter functioneren als ze continue op ontwerpvermogen draaien. Meer duurzame elektriciteitproductie vraagt dus om meer flexibele productie en flexibele vraag (met een bijdrage van slimme netten), dus niet om een – conceptueel ouderwetse – kernenergiecentrale die voor minstens 50 jaar de rem op de o-zo-noodzakelijke duurzame energietransitie zet!

Dit wetende kunnen we met een gerust hart de bouw van nieuwe kerncentrales verbieden. En als we dan ook nog – in navolging van onze verstandige oosterburen (Angela Merkel’s ‘Atomausstieg’) – alle kerncentrales sluiten en ontmantelen, blijven ons ook nog rampen als Three Mile Island–1979, Tsjernobyl–1986 en Fukushima–2011 gespaard.

Meer argumenten tegen kernenergie, klik hier.

Het is natuurlijk iedereen opgevallen dat er steeds meer aanbiedingen zijn van zonnepanelen. De ene aanbieding nog gunstiger dan de andere. Waarom is dat iets van de laatste tijd? Zonnepanelen bestaan immers al sinds 1883 toen de eerste echte zonnecel werd gebouwd door Charles Fritts.

Door een flinke onderzoeksubsidie in de VS in de jaren 80 is de zonnecel door rendementsverbetering en verbeterde productie beschikbaar gekomen voor een breder publiek. Eind jaren 80 waren ze echter nog erg duur. In 1990 kostte een compleet systeem van circa 4 panelen en omvormer circa € 35.000,- en die produceerde dan zo’n 500 kWh per jaar. Zo’n zelfde systeem leggen ze nu weg voor pakweg € 2.400,-. En door verdere rendementsverbetering in de loop van de jaren kunnen die 4 panelen nu zo’n 900 kWh per jaar produceren.

Dus als je zo’n setje van 4 panelen op je dak legt, dan ben je circa € 215,- per jaar minder kwijt aan je leverancier van elektriciteit. Dat is dus in iets meer dan 11 jaar terugverdient. Waarschijnlijk sneller omdat de elektriciteitstarieven (leveringsprijs + energiebelasting) zeer waarschijnlijk door blijven stijgen met een paar procent per jaar.

En dan te bedenken dat die panelen zeker 25 jaar mee gaan. Wel zal je waarschijnlijk tussendoor een keertje de omvormer moeten vervangen (10-15% van de totale systeemprijs), maar dan nog.

Als je dit weet, dan vraag ik mij af waarom nog niet iedereen aanstalten heeft gemaakt om zijn/haar dak vol te leggen. En bijna ieder dak is geschikt: plat, schuin zuidwest, zuid en zuidoost georiënteerde daken zijn natuurlijk ideaal. Maar zelf een oostelijk of westelijk georiënteerd dak produceert nog altijd zo’n 70% van de productie van een ideaal dak.

Na het lezen van deze blog, ga je vast direct op zoek naar een leverancier van (goedkope) zonnepanelen. Haast je, want het zou mij niets verbazen als ze binnenkort zijn uitverkocht nadat iedereen deze blog heeft gelezen!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 348 andere volgers