Energie als hobby

Archief voor april, 2012

Waarom zo’n ingewikkelde energierekening?

De jaarlijkse particuliere rekening voor elektriciteit en gas was altijd al complex, maar wordt er niet beter op. En onze wetgever eist ook deze complexiteit van de energieleveranciers en netbeheerders. Een korte analyse.
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen het leveringsdeel (de kilowatturen en kuubs gas die door de leverancier in rekening worden gebracht) en het transportdeel (voor het – door de regionale netbeheerder – ter beschikking stellen en houden van de aansluitingen en meters die transport van elektriciteit en gas mogelijk maken).

Het leveringsdeel bij elektriciteit bestaat uit:

  • Vastrecht: Het commerciële tarief van de leverancier welke hij als vast bedrag wil ontvangen: varieert in de praktijk tussen de € 0,- en € 75,- per jaar.
  • Hoogtarief (HT): het verbruik op werkdagen tussen 7u en 23u (of 21u in Brabant en Limburg), vermenigvuldigd met het commerciële HT van de leverancier: varieert in de praktijk tussen de € 0,05 en € 0,10 per kWh.
  • Laagtarief (LT): het verbruik op werkdagen tussen 23u (of 21u in Brabant en Limburg) en 7u en tijdens feest- en weekenddagen, vermenigvuldigd met het commerciële LT van de leverancier: varieert in de praktijk tussen de € 0,03 en € 0,07 per kWh.
  • Energiebelasting: Het tarief dat de leverancier uit naam van de overheid in rekening moet brengen en afdragen aan de belastingdienst, vermenigvuldigd met de totaal afgenomen kilowatturen: voor kalenderjaar 2012 geldt € 0,114 per kWh (tot een jaarverbruik van 10.000 kWh. Daarna wordt het tarief gestaffeld lager).
  • Heffingskorting: Het bedrag dat de leverancier namens de overheid in mindering moet brengen en mag aftrekken van de afdracht van energiebelasting aan de belastingdienst: voor 2012 geldt € 318,62 per kalenderjaar (bij een pand met verblijfsfunctie). Het dient ter compensatie voor de hoge energiebelasting per kWh.
  • BTW: over de totale uitkomst van de bovengenoemde componenten wordt 19% omzetbelasting geheven. Dus ook over de energiebelasting en heffingskorting.

Het transportdeel bestaat uit:

  • Vastrecht: Het tarief dat de regionale netbeheerder rekent voor haar administratieve kosten: gemiddeld € 18,- per jaar.
  • Periodieke aansluitvergoeding: Het tarief dat de regionale netbeheerder rekent voor de instandhouding van de aansluiting. Na 25 tot 35 jaar zal immers de aansluiting vervangen moeten worden: gemiddeld tarief is € 22,50 per jaar, afhankelijk van de regionale netbeheerder.
  • Meetdienst: De vergoeding voor het in stand houden van de (slimme) meter en het uitlezen ervan. Ook de kosten van de meteropnemer worden hiervan betaald. Gemiddelde tarief is € 26,40 per jaar.
  • Systeemdiensten: Een vergoeding welke wordt geheven uit naam van en afgedragen aan de landelijke netbeheerder TenneT. Gemiddeld tarief is € 4,16 per jaar.
  • Capaciteitstarief: Een vergoeding die wordt betaald voor het ter beschikking houden van het maximaal benodigde vermogen in het hele net van de netbeheerder. Voor een huisaansluiting van 1×35 Ampère of 3×25 Ampère, bedraagt deze vergoeding gemiddeld € 135,- per jaar.
  • BTW: over de totale uitkomst van de bovengenoemde componenten wordt 19% omzetbelasting geheven.

Deze bovengenoemde opsomming is nog slechts voor elektriciteit. Het factuurdeel voor gas is al niet veel simpeler en kent bij veel leveranciers nog zoiets vaags als “Regiotoeslag”. Leveranciers worden door Gasunie geconfronteerd met verschillende exitkosten, afhankelijk van de plek in Nederland waar ze dat gas uit het hoofdtransportnet halen. Grosso modo kan men stellen: Hoe verder van Groningen hoe duurder deze exitkosten. Veel leveranciers “vertalen” deze regio-afhankelijke kosten in een tarief per kuub (regiotoeslag). Door deze regiotoeslag hoog in te zetten (tot 5 cent per kuub) kan het gepresenteerde leveringstarief zeer laag worden aangeboden. Op die manier lijkt de leverancier gunstige tarieven te hanteren omdat de term “regiotoeslag” als iets onvermijdelijke wordt ervaren. Steeds meer (nette) leveranciers verdisconteren deze kosten echter netjes in de commercieel leveringsprijs en presenteren de consument een totaalprijs per regio.

Slechts 6% van de, door de Consumentenbond geselecteerde, proefpersonen, slaagden erin om hun eigen energiekosten juist te berekenen. De conclusie was dan ook heel terecht: “Zelf de energiekosten berekenen – Een onmogelijke opgave”.

Door wetgever, toezichthouder (NMa/Energiekamer) en gezamelijke netbeheerders, worden zaken onnodig ingewikkeld gemaakt.

Het zou zoveel simpeler kunnen

Door een aantal simpele ingrepen in de weergave, kunnen zaken op de energiefactuur veel simpeler worden weergegeven. Als eerste alle tarieven vermelden inclusief BTW. Ten tweede, de vaste tarieven van de netbeheerder (sinds 2009 kent de netbeheerder immers geen enkel kilowattuur afhankelijk tarief meer) integraal presenteren. Ten derde de kilowattuur afhankelijke componenten uitsluitend opgeteld presenteren.
Uitgaande van een gemiddeld jaarverbruik van een huishouden van 1.700 kWh hoogtarief en 1.800 kWh laagtarief, zou een jaarafrekening er zo simpel uit kunnen zien:

  • Hoogtarief 1.700 kWh a € 0,23086 = € 392,46
  • Laagtarief 1.800 kWh à € 0,19516 =  € 315,29
  • Net-, meet- en transportkosten           € 245,21
  • Heffingskorting                               -/- € 379,16
  • Totaal                                                  € 573,80

Zo simpel zou dus een jaarrekening elektriciteit eruit kunnen zien. En alle eerder genoemde componenten zitten er in verwerkt!

Helaas is de realiteit anders. De overheid wil een zeer specifieke, dus voor de meeste mensen onduidelijke, energiefactuur. En de (inmiddels demissionaire) minister van EL&I, Maxime Verhagen gaat het nog erger maken: hij is voornemens om een aparte SDE-opslag in de energienota te laten opnemen. Deze toeslag, welke ter dekking voor de kosten van de Subsidie voor Duurzame Energie (SDE) is, zou ook in rekening gebracht kunnen worden door een kleine verhoging van de Energiebelasting, wat in ieder geval niet voor nog meer complexiteit zou zorgen.

Advertenties

Elektrische auto gaat gascentrale vervangen

Een elektrisch voertuig (EV) is circa 4x efficiënter in het energieverbruik dan zijn verbrandingmotor-rivaal. Zelfs als de benodigde elektriciteit van een gascentrale (STEG) komt (gemiddeld rendement van 50%), presteren EV’s nog altijd 2x efficiënter dan een benzine of dieselvariant. Natuurlijk zal de actieradius verder omhoog moeten en de kostprijs naar beneden, maar hij is er om uiteindelijk de exemplaren met een diesel- of ottomotor te gaan verdringen.

De ontwikkeling van de capaciteit van batterijen is zwaar ingezet door de komst van mobiele computers op zakformaat. Sommige mensen noemen zo’n ding nog “smartphone”, wat vreemd is omdat bellen ermee nu al een ondergeschikte feature is. Die zakformaat computers hebben inmiddels meer dan 100x meer rekenkracht, snelheid en geheugencapaciteit als de beste PC 15 jaar geleden.

Al dat digitale geweld verbruikt steeds meer stroom, waardoor de ontwikkeling van de batterij mee moest. De huidige generatie Lithium-Ion batterijen, hebben een capaciteit van maximaal 0,17 kWh per kg (Nissan Leaf: 0,08 kWh/kg). Binnen 3 tot 5 jaar zal dit zijn opgelopen tot meer dan 0,25 kWh/kg en zal ook de kostprijs naar verwachting zijn gehalveerd.

Het verbruik van een elektrische auto is, afhankelijk van uitvoering en rijstijl, 5 tot 7 km per kWh. Om dus een voor iedereen bruikbare actieradius te hebben van zeg 500 km, moet er meer dan 75 kWh kunnen worden meegenomen in de autobatterij. Met de huidige generatie niet alleen te duur, maar ook te zwaar met z’n 800 kg voor een gemiddelde gezinsauto. Maar binnenkort dus de helft in gewicht, goedkoper en dus wel reëel toepasbaar voor het grote publiek.

Al die EV’s moeten natuurlijk worden opgeladen. Veel doemdenkers zeggen dan: “onmogelijk, de transportnetten zijn daarvoor niet geschikt” en “er is niet genoeg elektriciteitsproductie om die piek te leveren die nodig zal zijn rond 6 uur als iedereen van zijn werk thuiskomt en die auto aan het stopcontact hangt”.

Bijna allemaal onzin! De komst van de elektrische auto is een zegen voor de opkomst van duurzame energieproductie en zal ook voor een ontlasting gaan zorgen van onze transportnetten. Gelijk met de groei van EV’s zullen ook slimme netten en dus slim laden zijn intrede vinden in Nederland. Een auto die aan het net wordt gekoppeld zal door intelligente systemen zo veel mogelijk worden opgeladen op (zeer) goedkope momenten op de elektriciteitsmarkt. Dat soort goedkope momenten treden op als er veel aanbod is van slecht regelbare elektriciteitsproductie. Over het algemeen zijn alle duurzame energie productie-installaties slecht regelbaar: Bij een groot windaanbod en/of een wolkeloos zonnig moment is er veel elektriciteitsaanbod. Momenteel wordt die extra productie voornamelijk opgevangen door gascentrales die dan afregelen. In de toekomst zal dat opgevangen gaan worden door dat EV’s (extra veel) laadstroom gaan vragen. Het gevolg zal zijn dat vraag en aanbod veel beter op elkaar zal zijn afgestemd, wat uiteindelijk snelle regeleenheden zoals gascentrales overbodig zal maken. 

Windmolens, BANANA?

Windmolens zijn lelijk, elegant in lijnopstelling, horizonvervuiling, toekomstig industrieel erfgoed, gehaktmolens voor vogels en noodzakelijk kwaad, zijn zo maar een paar meningen die ik wel eens gehoord heb in een discussie over deze duurzame energie productiemachines.Vaak zijn dit echter meningen van mensen die niet precies weten welke enorme potentie zo’n windturbine heeft.

Zomaar een paar weetjes over windenergie:

  • Wind op land is een van de goedkoopste vormen van groene stroom productie
  • In Nederland zijn windmolens verantwoordelijk voor circa 42.000 vogelslachtoffers per jaar. Echter komen er twee miljoen vogels om door het verkeer, schieten jagers circa anderhalf miljoen vogels uit de lucht en een miljoen vogels vliegen zich te pletter tegen hoogspanningskabels. Windturbines zorgen dus voor slechts 0,9% van alle vogelslachtoffers en dat is zelfs minder dan katten er te pakken krijgen.
  • Een moderne, op land opgestelde, windmolen (2,3MW) produceert genoeg elektriciteit voor 1.400 woningen.
  • Bij de productie en realisatie van een windmolen wordt energie verbruikt en komt er dus CO₂ vrij. Deze CO₂ is echter al in 3 tot 5 maanden groene stroom productie weer goed gemaakt. De rest van zijn levensduur (circa 25 jaar) heeft hij een volledig CO₂ vrije stroomproductie.
  • Als alle elektriciteit die huishoudens verbruiken zou worden opgewekt met windmolens zonder subsidie, zou de maandelijkse energierekening slechts €8,- per maand duurder uitvallen per huishouden.
  • Een kilowattuur geproduceerd door een windmolen op land, kost minder dan de helft van die van een zonnepaneel.
  • Er zijn slechts circa 1.000 windmolens nodig om de productie van elektriciteit van een kolencentrale te vervangen.
  • De elektriciteit van 33.000 m² aan zonnepanelen is ongeveer gelijk aan die van 1 windmolen (2,3MW)

Windmolens zijn voor een snelle verduurzaming van onze energievoorziening noodzakelijk. En toch zijn nog steeds mensen die ze niet willen zien omdat ze lelijk zijn. ‘Lelijk’ is net als ‘mooi’ maar een mening, die mijns inziens toch (bijna) nooit mag prevaleren boven ‘noodzaak’. En dan is er ook een enorme – steeds verder groeiende – groep mensen die zeggen: “Prima, ik ben voorstander, als ik ze maar vanuit mijn huis/tuin niet kan zien”, het zogenaamde ‘NIMBY-syndroom’. Deze groep mensen is vaak nog wel te overtuigen als ze mee kunnen profiteren van de komst van zo’n molen in hun ‘backyard’, door ze gunstige participatiemogelijkheden of een goedkopere kWh-prijs bij een goede windstroomproductie te bieden.

Het besef dat ons natuurschoon zonder de noodzakelijke verduurzaming steeds schaarser gaat worden, wordt gelukkig steeds groter. Toch zijn er nog mensen met de ‘BANANA’ mening. Gelukkig wordt deze groep die roept: “Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anything”, steeds kleiner.